Als je me zou vragen welke tang ik het meest pak, dan is dat zonder twijfel mijn platbektang. Die ligt elke werkdag in mijn hand. Voor ringetjes knijpen, knijpkralen platdrukken, draadeindjes mooi afwerken. Eerlijk gezegd weet ik niet meer hoeveel klikken die tang in 20 jaar gemaakt heeft. Veel.
Voor wie net begint met sieraden maken: koop deze als eerste. Niet de mooiste of de duurste, gewoon eentje die fijn in je hand ligt en niet los gaat zitten na een paar maanden. Bij Kraaltjes van Renate selecteer ik platbektangen die ik zelf wil gebruiken. Want als ik na een uurtje al niet meer wil knijpen, kan ik die ook niet aan jou verkopen.
De platbektang is een veelzijdig beestje. Het vaakst pak je hem om buigringetjes dicht te knijpen, na het hangen van een bedel of het bevestigen van een sluiting. Daarnaast druk je er knijpkralen mee plat op je rijgdraad, zodat de kralen niet meer kunnen verschuiven.
Een tip die ik vaak deel in de showroom: voor het openen van een ringetje pak je twee platbektangen tegelijk. Eentje aan elke kant van de opening. Niet uit elkaar trekken, maar de ene kant naar je toe en de andere van je af draaien. Daarmee houdt je ringetje zijn ronde vorm. Veel mensen trekken een ringetje vervormd open, en dan krijg je hem nooit meer mooi dicht.
De meeste platbektangen zijn 12 tot 13 centimeter lang. Dat is een fijne maat voor algemeen sieradenwerk en wat ik 90% van de tijd zelf gebruik. Past lekker in een gemiddelde hand zonder dat je vingers stijf worden.
Voor heel klein werk, denk aan ringetjes onder 4 mm of werk met dunne kettinkjes, is er een mini-versie met een puntigere bek. Die gebruik ik zelf voor het werken met fijne RVS-onderdelen. En als je veel weeft of dieper in een kralencompositie moet komen, dan helpt een lange platbektang. Maar voor de meeste makers volstaat de standaardmaat helemaal.
Platbektang in je dominante hand, bek van je af. Klinkt simpel, maar ik zie veel mensen verkrampt vasthouden met de bek naar zich toe. Dan kun je de druk minder goed sturen.
Voor het knijpen van een ringetje: pak het ringetje vast aan beide kanten van de opening. Druk de bek netjes recht in elkaar, niet kantelen, anders gaat je ringetje schuin staan. Voor knijpkralen werk je in twee stappen. Eerst een lichte druk om de kraal vast te zetten op de draad. Daarna een tweede stevigere knijp om hem definitief af te dichten. Te hard in één keer en je kraakt de kraal. Een beetje gevoel ervoor krijg je vanzelf na een armband of drie.
Wat ik nog wel even wil meegeven: werk je met RVS-draad? Daar moet je flink meer kracht voor zetten dan op messing of DQ metaal. RVS is een stuk harder, en een lichte knijp pakt gewoon niet. Voel dat je het écht aandrukt, anders schuift je knijpkraal er na verloop van tijd toch nog overheen. Meer techniek lees je in mijn blog over kettelen.