Een SuperDuo is een langwerpig glaskraaltje van 2,5 bij 5 mm met twee gaten in plaats van één. Dat klinkt als een klein verschil, maar het verandert alles wat je ermee kunt maken: door dat tweede gat kun je in twee richtingen verder rijgen, en dan ontstaan er vlakken en lagen in plaats van een rij.
Je bouwt in de breedte. Met gewone rocailles rijg je een lijn en die lijn moet je met de naald aan elkaar knopen tot een vlak. Bij een SuperDuo gaat je draad door het ene gat heen en via het andere weer terug, waardoor de kralen elkaar vasthouden. Het resultaat krijgt reliëf, want de kraaltjes gaan schuin over elkaar liggen. Daarom zie je ze zo vaak in armbanden met een geschubd of golvend oppervlak.
SuperDuo's zijn er in één maat, 2,5 bij 5 mm, en dat is bewust: patronen rekenen erop dat elke kraal precies gelijk is. De variatie zit in de kleur en de afwerking. Je vindt ze in effen tinten, in metallic, in matte en in de bijzondere Tsjechische afwerkingen zoals travertine en labrador, waarbij een coating over het glas een verweerd of spiegelend effect geeft.
Fire Line of C-Lon, net als bij weven met rocailles. Gewone rijgdraad is te dik en te slap: je moet meerdere keren door hetzelfde gat kunnen en het werk moet strak blijven staan. Een fijne rijgnaald is hier geen luxe. Elastiek werkt niet bij SuperDuo's, want de constructie leunt op spanning en die krijg je met elastiek niet.