Buigringetjes zijn de open ringetjes waarmee je vrijwel alles in een sieraad verbindt. Je opent ze met twee tangen, hangt er een bedel, sluiting of schakel aan en knijpt ze weer dicht. Het is het meest gebruikte onderdeel in de sieradenmakerij, en als beginner is dit waarschijnlijk het eerste verbindingsstukje dat je leert gebruiken.
Een buigringetje wordt ook wel buigring, open ring of jump ring genoemd. We hebben ze in verschillende maten, diktes en materialen, zodat je voor elk sieraad de juiste keuze kunt maken. Hieronder leg ik uit welke maat en dikte bij welk soort sieraad past, en wat het verschil is met een splitring of een dichte ring.
Een buigringetje is een rondje metaaldraad met een opening, een kleine spleet waar je het ringetje opent en sluit. Die opening maakt het veelzijdig: je haakt er iets aan, draait 'm dicht en je verbinding zit vast. Je gebruikt buigringetjes om een bedel aan een ketting te hangen, een sluiting aan je armband te zetten of twee schakels te koppelen.
Je opent een buigringetje niet door de uiteinden uit elkaar te trekken, maar door ze met twee tangen naar voren en naar achteren te draaien. Zo houdt het ringetje zijn ronde vorm en blijft de sluiting netjes. Na het aanhaken draai je de uiteinden weer naar elkaar toe tot de spleet dicht is.
De juiste keuze hangt af van het gewicht van je sieraad. Het draait om twee dingen: de doorsnede van het ringetje en de dikte van het draad. Een dikker draad is sterker en houdt meer gewicht, een dunner draad is fijner en minder opvallend.
Voor niet al te zware sieraden, zoals fijne kettingen, kies je een dikte dunner dan 0.8 mm. Voor zwaardere kettingen en bedels pak je een dikte tussen de 0.8 en 1.2 mm, want die houdt het gewicht beter. De meest gebruikte maten voor een bedel zijn 5x0.8 mm en 5x1 mm, dat is een ringetje van 5 mm doorsnede met een draaddikte van 0.8 of 1 mm. Maten kleiner dan 5 mm gebruik je vooral voor fijne sieraden, waar een groot ringetje al snel te zwaar oogt.
Twijfel je? Kies dan liever iets steviger dan te dun. Een te dun ringetje kan onder gewicht openbuigen, en dan raak je je bedel kwijt.
We voeren buigringetjes in onder meer RVS, goud- en zilverkleur. RVS is stevig, verkleurt niet en is een fijne keuze voor sieraden die je vaak draagt of die tegen water kunnen. Goud- en zilverkleurige ringetjes kies je vooral om bij de rest van je sieraad te passen.
Kies je materiaal het liefst in dezelfde kleur als je ketting en sluiting, dan valt de verbinding mooi weg in het geheel. Een buigringetje hoeft niet op te vallen, het mag gewoon zijn werk doen.
Deze drie ringetjes lijken op elkaar, maar doen elk iets anders. Een buigring heeft een opening en gebruik je voor de meeste verbindingen, want je kunt 'm makkelijk openen en sluiten. Een splitring is dubbel gewikkeld, als een mini sleutelhanger, en zit daardoor extra stevig vast. Die kies je op plekken met veel trekkracht of als je zeker wilt weten dat een ringetje niet openbuigt.
Een dichte ring heeft geen opening en is helemaal gesloten. Die gebruik je als vast haakpunt, bijvoorbeeld aan de andere kant van een sluiting. Wil je iets verbinden dat los moet kunnen, dan kies je een buigring. Moet het juist stevig vastzitten, dan kom je uit bij een splitring of dichte ring.