De eerste keer dat een lus me echt mooi rond lukte, weet ik nog goed. Ik had al een week zitten oefenen met kettelstiften en al een doosje vol vervormde poginkjes. En toen klikte het ineens. Sindsdien is de rondbektang mijn lievelingstang voor afwerking.
Daarmee maak je die kleine ronde lussen aan de uiteinden van kettelstiften, nietstiften, oorbelhaakjes en eigen draad. Een goed gedraaide lus is voor mij hét teken van een netjes afgewerkt sieraad. Wankel of vierkant? Dan zie je meteen dat het amateurwerk is. Mooi rond en gecentreerd? Dat maakt het verschil.
In een sieraad gebruik je de rondbektang op vier momenten. Aan het uiteinde van een kettelstift om bedels aan een ketting te hangen. Aan een nietstift om kralen aan elkaar te ketten. Aan eigen draad als je een hanger of een oorbel maakt. En bij het buigen van eindkappen of oorhaakjes als die net even anders moeten zitten.
Wat mij persoonlijk zo aantrekt aan deze tang: met dezelfde rondbektang draai je lussen in verschillende maten. Het puntje geeft een kleine lus voor fijne ketting, de basis van de bek geeft een grotere lus voor zwaardere bedels. Eén tang, vele mogelijkheden.
Toen ik dit leerde wenste ik dat iemand het me zo had uitgelegd: knip de kettelstift recht af op ongeveer 8 millimeter boven de kraal. Pak het uiteinde van de draad vast met je rondbektang op de hoogte waar je de lus wilt hebben (lager op de bek = grotere lus). Draai nu de draad over de bek heen naar je toe, niet van je af. Tijdens het draaien verzet je de tang in een nieuwe greep als je niet ver genoeg door kunt. Dat is volkomen normaal, je hoeft het niet in één draai te doen.
Als de lus rond is, recht je het aanknopingspunt zodat de lus precies bovenop de kraal komt te staan. Op de schuine kant? Pak de tang weer en duw rustig recht. Geen drama, je oefent gewoon door. Na een armband of vijf gaat het automatisch. Beloofd. Een uitgebreidere uitleg met foto's vind je in mijn blog over kettelen.
Standaard rondbektangen hebben bekken die tot ongeveer 2 mm dik zijn aan de basis. Daarmee draai je lussen van 1 tot ongeveer 5 millimeter. Voor het meeste werk is dat ruim voldoende.
Wil je heel kleine lussen draaien, zoals voor fijne oorbelhaakjes met een dun kettinkje? Dan is een mini-rondbektang prettiger om mee te werken. Voor grote lussen aan zwaarder draad pak je een rondbektang met dikkere bek. Twijfel je welke past bij jouw werk? Stuur me gerust een appje op 06-28565517, dan denken we het samen door.