Waxkoord is koord met een dun waslaagje eromheen. Je komt het ook tegen als wax koord, los geschreven, en dat is hetzelfde. Dat laagje maakt het stug, en juist daar draait alles om: een knoop in waxkoord blijft zitten waar je hem legt. Dat is de reden dat het het meest gebruikte koord is voor macramé, shamballa-armbanden en een schuifsluiting. Hieronder staat welke soort en welke dikte je nodig hebt, en hoe je het afwerkt.
Dit is de belangrijkste keuze, en je ziet hem aan de glans. Polyester waxkoord glanst en is de meest gekozen soort. Het is sterk, kleurvast en je kunt het uiteinde dichtbranden met een aansteker. Katoen waxkoord is mat en voelt iets ruwer aan, waardoor je knoop nog beter grip heeft. Het heeft een natuurlijker uitstraling, maar je kunt het niet dichtbranden, want katoen verbrandt in plaats van te smelten. Dat werk je af met een eindkap, een veterklem of een druppel sieradenlijm. Voor een strak sieraad kies je polyester, voor een boho-look katoen.
0,5 mm is dun en gaat door kleine kralen heen, prima voor micro macramé en fijn knoopwerk. 1 mm is de standaard en de meest verkochte maat: dik genoeg om een knoop te houden, dun genoeg om door de meeste kralen te passen. 2 mm gebruik je voor gevlochten armbanden en dikke kralen met een groot gat, en die gaat niet door gewone kralen heen. Twijfel je, pak dan 1 mm. Voor een schuifsluiting heb je minimaal 1 mm nodig, want dunner koord houdt de wikkelknoop niet.
Dit is waar waxkoord het beste in is. Je legt de twee uiteinden van je armband over elkaar heen, knipt een los stukje koord van ongeveer 15 cm af, en wikkelt dat drie tot vier keer strak om beide draden heen. Trek de wikkeling aan en werk de uiteinden weg. Het armbandje wordt dan verstelbaar en je hebt geen sluiting nodig. Bij glad koord glijdt zo'n knoop los, bij waxkoord niet, en dat is precies waarom je hem hiervoor gebruikt. Reken op ongeveer anderhalve meter koord per armband, dus met 5 meter maak je er drie.
Voor micro macramé, dus geknoopte armbandjes met kleine kralen, pak je 0,5 tot 1 mm. Voor shamballa-armbanden met grotere kralen werk je met 1 mm als knoopdraad en soms 1,5 mm als kerndraad. Het waslaagje zorgt dat je platte knopen strak op elkaar blijven liggen in plaats van uit te lopen. Wil je nog fijner werken, kijk dan bij micro macramé koord.
Het waslaagje slijt langzaam weg bij dragen, waardoor het koord na verloop van tijd wat zachter en matter wordt. Dat gaat niet ten koste van de sterkte, maar de knoop kan er iets losser van worden. Dat merk je vooral bij een schuifsluiting die je vaak verstelt. Wil je dat voorkomen, trek de wikkelknoop dan wat strakker aan bij het maken. Waxkoord kan tegen water, alleen droogt katoen langzamer dan polyester.
Polyester brand je kort dicht met een aansteker: een halve seconde vlam, dan plat drukken met de zijkant van een schaar en niet met je vingers. Katoen kun je dat niet mee doen. Daar gebruik je een eindkap, een veterklem of een druppel sieradenlijm. Werk je met een schuifknoop, dan hoef je helemaal niets af te werken behalve de uiteinden netjes wegwerken.
Alle soorten naast elkaar zie je bij koord.