Misschien wel de vraag die ik het vaakst krijg in de showroom: Renate, welke tang heb ik nou eigenlijk nodig? En ik snap die vraag helemaal. Je staat tegenover een muur vol tangen en denkt: wat moet ik nou? Geen zorgen, ik leg het je uit. Na 20 jaar weet ik precies welke je wel nodig hebt en welke je gerust kunt laten liggen.
In het kort: drie tangen vormen de basis. Een platbektang om te knijpen, een rondbektang om lussen te draaien en een krombektang voor lastige hoeken. Met die drie maak je vrijwel elk sieraad dat je in gedachten hebt. De rest is mooi om bij te hebben als je verder groeit, maar niet nodig om te starten.
Ik selecteer mijn tangen heel bewust. Geen sets met een schaartje en een liniaal erbij om de prijs op te leuken, maar tangen waarvan ik weet dat ze jaren meegaan. Met een bek die strak blijft sluiten en een veer die soepel terugkomt. Dat is het verschil tussen plezier en frustratie.
Eerlijk gezegd is dit het gereedschap dat je hele sieradenwerk mogelijk maakt. Een sieradentang heeft kleine fijne bekken zonder ribbels. Geen tandjes die deukjes achterlaten op je goudkleurige bedeltjes. Geen logge handvatten waar je hand stijf van wordt na een uurtje werken. Het is gereedschap dat met je meedenkt.
Wat je ermee doet? Ringetjes knijpen na het hangen van een bedel. Kettelstiften plat drukken zodat de lus mooi blijft staan. Hangertjes vastzetten aan een ketting. Sluitingen monteren. Eindkappen aanpassen aan de dikte van je koord. Bijna geen sieraad krijgt zijn vorm zonder dat je een paar keer een tang pakt.
Drie tangen, drie taken. Even kort op een rijtje.
De platbektang is mijn werkpaard. Met de vlakke rechte bek knijp ik ringetjes dicht en druk ik knijpkralen plat. Hij ligt elke dag in mijn hand.
De rondbektang is voor de mooie afwerking. Daarmee draai ik perfecte lussen aan kettelstiften en nietstiften. Hoe verder van het puntje af ik de draad pak, hoe groter de lus wordt. Met die ene tang maak je dus alle maten.
De krombektang is mijn redder in nood. Wanneer een gewone platbektang niet in een hoekje komt, of wanneer ik twee tangen tegelijk gebruik om een ringetje te openen zonder dat het vervormt, pak ik de krombektang erbij.
Een tijdje terug stond er iemand in de showroom met een tang uit de bouwmarkt voor zijn dochters armband. Ik liet hem het verschil voelen door beide tangen op een ringetje te zetten. De bouwmarkt-tang liet meteen kleine ribbeltjes na, alsof hij het materiaal had aangevreten. Mijn sieradentang gaf een gladde schone knijp. Hij was overtuigd.
Het verschil zit in drie dingen. De bek is gladder zonder ribbels of tandjes. Het gewicht is lichter, zodat je urenlang kunt werken zonder dat je vingers het opgeven. En de veer is soepeler, waardoor je preciezer kunt werken. Voor af en toe een ringetje knijpen werkt een bouwmarkt-tang misschien. Voor wie regelmatig maakt is het verschil snel het geld waard. Meer over techniek lees je in mijn gereedschap & techniek gids.
Een vraag die ik regelmatig in de showroom krijg: kan ik mijn ketting korter maken met een sieradentang? Het antwoord hangt af van welk type schakels je hebt.
Dunne schakels kun je voorzichtig openknippen met een sieradentang. Wat grotere open schakels open je juist niet met knippen, maar met twee platbektangen: eentje aan elke kant van de opening, en draai ze in tegengestelde richting. Net hoe je een ringetje opent dus.
Heb je gesoldeerde schakels die niet open kunnen? Dan knip je er een hele schakel tussenuit. Daarvoor pak ik een grotere kniptang uit mijn algemene gereedschapskast. Mijn sieradentangen zijn daar echt te fijn voor, die zou ik beschadigen door dat zware werk. Beetje zonde, want goede sieradentangen zijn niet de goedkoopste.
• Blog: beginnen met gereedschap