Miyuki kraaltjes
Rocailles zijn de kleine ronde glaskraaltjes waar je mee weeft, rijgt en afwerkt. Seed beads is hetzelfde, dat is de Engelse naam die je op veel verpakkingen ziet. Ze zijn er van anderhalve millimeter tot een centimeter, in glanzend, mat, transparant en metallic, en je gebruikt ze in bijna elke techniek die er bestaat.
Rocailles worden aangeduid met een getal en een nul, en dat werkt omgekeerd aan wat je verwacht: hoe hoger het getal, hoe kleiner de kraal. Zoek je in millimeters, dan is dit de omrekening:
Twijfel je, begin dan met 8/0. Die is groot genoeg om makkelijk te rijgen en klein genoeg om er een fijn resultaat mee te maken.
Het merk bepaalt hoe gelijkmatig de kraaltjes zijn. Miyuki komt uit Japan en is het meest precies: elke kraal is vrijwel identiek, en dat heb je nodig bij weven met een patroon. Preciosa komt uit Tsjechië, is iets onregelmatiger en daardoor voordeliger, prima voor rijgen en voor grotere hoeveelheden. Merkloze rocailles zijn het voordeligst en fijn om mee te oefenen of om in bulk te gebruiken. Op deze pagina staan ze door elkaar, zodat je kunt vergelijken.
Weven is de bekendste toepassing: met een weefraam of met de naald maak je armbandjes met patronen en tekst. Daarnaast gebruik je rocailles om te rijgen, alleen of afgewisseld met grotere kralen, waarbij ze als vulling en als ritme werken. En ze zijn onmisbaar bij het afwerken: een paar rocailles vlak bij de sluiting maken de overgang van kraal naar draad zachter. In de blog welke kralen gebruik je om te weven loop ik het per techniek langs.
Glanzend glas is de basis en die kleur blijft altijd goed. Mat glas is geschuurd en geeft een zachte, poederachtige kleur. Transparant laat licht door en verandert mee met wat eronder ligt. Zilverkern rocailles hebben een spiegelend laagje in het gat waardoor ze van binnenuit lijken te lichten. En metallic of gegalvaniseerd is het mooist van allemaal, maar ook het gevoeligst: die coating kan bij dagelijks dragen slijten. Voor iets dat elke dag om gaat, kies je glanzend of mat.
Het gat van een rocaille is klein, dus gewone rijgdraad past er vaak niet doorheen. Voor weven gebruik je Fire Line of C-Lon, dun en sterk genoeg om strak te trekken. Voor rijgen op elastiek werkt 0,5 mm bij 8/0 en 6/0, maar bij 11/0 en kleiner is het gat te krap voor elastiek dat sterk genoeg is. Ga nooit naar 0,4 mm om het toch passend te krijgen. Een fijne rijgnaald is bij dit formaat geen luxe maar noodzaak.
Rocailles zijn de kleine ronde glaskraaltjes waar je mee weeft, rijgt en afwerkt. Seed beads is hetzelfde, dat is de Engelse naam die je op veel verpakkingen ziet. Ze zijn er van anderhalve millimeter tot een centimeter, in glanzend, mat, transparant en metallic, en je gebruikt ze in bijna elke techniek die er bestaat.
Rocailles worden aangeduid met een getal en een nul, en dat werkt omgekeerd aan wat je verwacht: hoe hoger het getal, hoe kleiner de kraal. Zoek je in millimeters, dan is dit de omrekening:
Twijfel je, begin dan met 8/0. Die is groot genoeg om makkelijk te rijgen en klein genoeg om er een fijn resultaat mee te maken.
Het merk bepaalt hoe gelijkmatig de kraaltjes zijn. Miyuki komt uit Japan en is het meest precies: elke kraal is vrijwel identiek, en dat heb je nodig bij weven met een patroon. Preciosa komt uit Tsjechië, is iets onregelmatiger en daardoor voordeliger, prima voor rijgen en voor grotere hoeveelheden. Merkloze rocailles zijn het voordeligst en fijn om mee te oefenen of om in bulk te gebruiken. Op deze pagina staan ze door elkaar, zodat je kunt vergelijken.
Weven is de bekendste toepassing: met een weefraam of met de naald maak je armbandjes met patronen en tekst. Daarnaast gebruik je rocailles om te rijgen, alleen of afgewisseld met grotere kralen, waarbij ze als vulling en als ritme werken. En ze zijn onmisbaar bij het afwerken: een paar rocailles vlak bij de sluiting maken de overgang van kraal naar draad zachter. In de blog welke kralen gebruik je om te weven loop ik het per techniek langs.
Glanzend glas is de basis en die kleur blijft altijd goed. Mat glas is geschuurd en geeft een zachte, poederachtige kleur. Transparant laat licht door en verandert mee met wat eronder ligt. Zilverkern rocailles hebben een spiegelend laagje in het gat waardoor ze van binnenuit lijken te lichten. En metallic of gegalvaniseerd is het mooist van allemaal, maar ook het gevoeligst: die coating kan bij dagelijks dragen slijten. Voor iets dat elke dag om gaat, kies je glanzend of mat.
Het gat van een rocaille is klein, dus gewone rijgdraad past er vaak niet doorheen. Voor weven gebruik je Fire Line of C-Lon, dun en sterk genoeg om strak te trekken. Voor rijgen op elastiek werkt 0,5 mm bij 8/0 en 6/0, maar bij 11/0 en kleiner is het gat te krap voor elastiek dat sterk genoeg is. Ga nooit naar 0,4 mm om het toch passend te krijgen. Een fijne rijgnaald is bij dit formaat geen luxe maar noodzaak.
Niets, het zijn twee woorden voor hetzelfde kraaltje. Rocaille is Frans en de gangbare term in Nederland en België. Seed beads is Engels en dat zie je op verpakkingen en in patronen van internet. Zoek je op een patroon met seed beads erin, dan kun je gewoon rocailles gebruiken.
Dat hangt van de maat af. Bij 11/0 zitten er ruwweg 1.100 tot 1.200 in 10 gram, bij 8/0 ongeveer 400 en bij 6/0 rond de 220. Bij 15/0 loopt het op naar zo'n 2.500. Het zijn richtgetallen, want de vorm en de coating wegen mee. In de blog over hoeveel kralen er in een zakje van 10 gram zitten staat de volledige tabel.
Omdat er verschil zit tussen merken en partijen. Miyuki heeft de meest gelijkmatige gaten, bij merkloze rocailles zit meer variatie en zitten er soms kraaltjes tussen waar je naald niet doorheen komt. Dat hoort erbij bij de voordeligere series. Werk je aan een patroon waarbij je meerdere keren door dezelfde kraal moet, kies dan Miyuki.
Ja, en dat is een van de oudste toepassingen. Voor kralenborduren op stof neem je meestal 11/0 of 15/0, omdat die klein genoeg zijn om een egaal vlak te vullen. Je hebt er een fijne borduurnaald voor nodig die door het kraalgat past. Op leer of dikke stof werkt een steviger draad prettiger dan gewoon borduurgaren.
Uit de tijd dat kralen nog met de hand gemeten werden. Het getal gaf aan hoeveel kraaltjes er naast elkaar op een inch pasten: bij 6/0 waren dat er zes, bij 11/0 elf. Vandaar dat een hoger getal een kleinere kraal betekent, want er passen er meer naast elkaar. De nul erachter komt van het oude woord aught, dat nul betekent, en zo lees je 11/0 als elf-aught. Je ziet het ook geschreven als 11 met een rondje erachter. Tegenwoordig is het een benadering en niet meer een exacte meting, dus tussen merken zit een klein verschil.
Per gewicht, meestal in zakjes van 5 of 10 gram. Bij sommige series werk ik met andere gewichten en dan staat dat bij het product. Gewicht is bij rocailles logischer dan aantal, want bij duizend kraaltjes gaat niemand tellen. Hoeveel kraaltjes dat ongeveer zijn per maat, staat hierboven bij de tweede vraag.